De Russische Dwerghamster

Phodopus sungorus

De Russische dwerghamster, of ook wel ‘het Rusje’ genoemd, is een semi-sociale dwerghamstersoort en naast de Syrische hamster de bekendste hamster om als huisdier te houden.

Herkomst

Het Rusje werd in 1773 al eens omschreven door een zoöloog uit Pruisen, maar werd pas rond 1960 in gevangenschap genomen door een wetenschapper in Duitsland. Dit waren twee koppeltjes. Tegenwoordig worden er nog steeds wel eens wilde koppels gevangen voor het vernieuwen van zuiver bloed (en dit omdat de Russische dwerghamster hybride jongen kan produceren met de Campbelli dwerghamster wat voor meerdere gezondheidsproblemen zorgt).

Ze leven voornamelijk in Noord/Oost-Kazachtstan en West-Siberië. Hier leven ze op steppengebieden. Niet in Rusland, wat wellicht een beetje misleidend is door de officiële naam van deze hamstersoort.

Gedrag

De Russische dwerghamster is een vriendelijk, tam huisdiertje. Ze zijn nieuwsgierig en worden elke paar uur wakker. Voornamelijk in de schemer- en nachturen. Dit betekent dat je ze ook wat vaker overdag kan zien rondscharrelen, in vergelijking met bijvoorbeeld de Syrische hamster die veelal ’s nachts actief is.

Als huisdier zijn Rusjes zeer makkelijk tam te maken. Ook als jongen zijn ze veelal al makkelijk te hanteren en zijn ze erg meegaand. Dit is voor kinderen (en natuurlijk ook volwassenen) erg leuk, ze zijn dan ook zeer populair als huisdier.

In het wild leeft de Russische dwerghamster zowel alleen als in man-vrouw koppels. Uiteraard is het in gevangenschap voor een huisdierhamster niet rendabel en ethisch verantwoord om constant nestjes te krijgen. Om deze reden houd je een Russische dwerghamster dus ook alleen, tenzij je fokker bent. Bijzonder is wel dat de jongen soms dagen of weken langer bij hun ouderdieren kunnen blijven zonder dat er ruzies ontstaan. Echter gebeurd dit uiteindelijk vaak wel, dus helaas kunnen ze niet per groepen worden gehouden.

Exterieur

Lichamelijke kenmerken die typisch de Russische dwerghamster zijn, zijn onder andere de dikke aalstreep die vanaf de kop helemaal over het lijf naar achteren loopt, de dikke, ronde ogen, stompe (ronde) snuit zonder ‘snorretje’ (zoals je die bij de Campbelli wel vaak ziet) en het gemis aan een echt zichtbaar staartje, waar deze echt wegvalt in het lichaam.

De Rus heeft een ovaal (ei-)vormig lichaam. In tegenstelling tot de Bellie, die echt als een achtvorm is gebouwd. Ze zijn erg rond en over het algemeen minder fors gebouwd. De beharing op het gehele lichaam is erg dicht en glad, maar toch zijn ze vrij ‘donzig’.

De oren zijn vaak gevouwen (dit komt doordat ze oorspronkelijk in het wild tegen de kou hun oren gevouwen dragen) en klein. De ogen zijn rond en liggen loodrecht in het schedel. Het staartje is een heel klein puntje. Dit is anders dan bijvoorbeeld de Campbelli dwerghamster, waarbij de pluiziger is en meer met het lichaam afvloeit.

Voortplanting

Om een nestje te fokken houden fokkers vaak hun Rusjes in koppels vanaf een maand of drie. Ze zijn echter al veel eerder geslachtsrijp (5 weken), maar dit is uiteraard niet gezond en verantwoord. De meeste fokkers houden een periode van zo’n drie maanden aan vanaf drie maanden oud voor een koppel.

Net als de Campbelli dwerghamster wordt elke vier á vijf dagen iets minder dan een dag lang vruchtbaar. Na een succesvolle dekking is het vrouwtje ongeveer 20 dagen drachtig. Jongen worden kaal, blind en doof geboren en groeien onwijs snel. Gemiddeld zijn het zo’n vijf tot acht jongen per nestje. Op dag twaalf zijn het al mini versies van de ouderdieren en gaan de ogen open. Wanneer de ogen openen kunnen ze dan ook gehanteerd worden. Ze kunnen dan rondwaggelen, met de ouders mee eten en worden richting de 21 dagen nog veel zelfstandiger. Wanneer ze 21 dagen oud zijn kunnen ze op geslacht worden gescheiden in groepjes. Verhuizen naar een nieuw baasje kan het beste vanaf vier weken.